Woensdag 06 Januari 2010 - 16:29 Verhalen: De zaklantaarn
DE ZAKLANTAARN
Het is net als met die twee honden, een grote slome zwarte en een kleine slimme bruine. Ze liepen 's avonds laat over straat en het regende. Dus toen ze bij een pakhuis een luikje zagen openstaan sprongen ze daar snel naar binnen.
Het was er stikdonker. Ze struikelden telkens over een emmer, over elkaar en over allerlei balken die daar op de grond lagen. Toen opeens schrokken ze zich allebei wild. Er was enorm veel licht!
Er lag namelijk een zaklantaarn op de grond en de grote zwarte hond had met zijn poot precies op het knopje gedrukt. Hij jankte van de schrik.
Maar de kleine bruine zei: `Hé, dat is licht, dat kunnen we mooi gebruiken.'
`Waarvoor dan? 'vroeg de slome zwarte.
`Om te kijken natuurlijk,' zei de slimme bruine.
De grote zwarte hond keek recht in de lamp. Hij werd bijna verblind door het felle licht. `Ik kijk wel, maar ik zie niks,' zei hij. `jij begrijpt het niet,' zei het kleine bruine hondje. `Zo werkt dat niet. Zo'n lamp is om licht te geven aan al die dingen waar we telkens over gevallen waren, snapje?'
`O,' zei de slome zwarte. Hij duwde met zijn poot de omgevallen emmer over de lamp heen. `Is het zo goed?' vroeg hij. `Zo is het toch mooi licht in die emmer waar we over vielen?'
`Dat zal wel,' zei de kleine slimme bruine, `maar zo heeft geen hond er wat aan. Nou zitten we weer in het donker!'
Het kleine bruine slimme hondje trapte nu de emmer van de lamp weg, nam deze in zijn bek en scheén om zich heen. Zo konden ze eindelijk zien waar ze waren. Ze zagen de balken waar ze over gestruikeld waren en de kisten waar ze hun poten zo lelijk aan gestoten hadden. Maar daarnaast, wat was dat? Zat daar een grote griezelige man die hen wilde pakken?
De kleine bruine liet van schrik de lamp uit zijn bek vallen en de grote zwarte duwde meteen het licht weer onder de emmer. Maar het kleine slimme hondje zei na een tijdje toch: `Haal die emmer weg. Ik moet zien wat daar is.'
`Nee, niet doen!' piepte de slome zwarte. `Het is vast iets engs. En als je niet schijnt, hoefje het ook niet te zien. En als je het niet ziet, hoef je ook niet te geloven dat het er is.'
`Jij bent bang,' zei de kleine bruine. `Ik ook. Maar ik wil mezelf niet voor de gek houden door niet te kijken. Wat je niet ziet, is er toch. Een lamp is om mee te schijnen, ook als het niet leuk is watje te zien krijgt.'
Hij schopte de emmer om, nam de lamp weer op en scheen.
Er was helemaal geen griezelige man, er waren alleen twee grote zakken zand, die ze hadden aangezien voor een mens. Ze moesten er alle twee heel hard om lachen.
Maar het belangrijkste was toch dat het kleine bruine slimme hondje het had aangedurfd om het licht te gebruiken, zelfs al was er een kans op iets griezeligs geweest.
Niemand steekt een lamp aan en zet die in de kelder of onder een korenmaat, maar op een standaard, zodat wie binnenkomen, zijn schijnsel zien. Lucas 11:33
Uw Woord is een lamp voor mijn voet, een licht op mijn pad. Psalm 119:105