Dinsdag 03 November 2009 - 11:31 Gedichten: Dat Kruis
Dat Kruis
En ik zie mijzelf in de menigte staan.
En ik weet, dat kruis is van mij.
Ik ken hem al te goed.
En ik weet dat ik hem dragen moet.
En ik weet dat ik hem gedragen heb, zolang,
struikelend, vallend,
met mijn gezicht naar de aarde gericht.
Dan weer heb ik hem afgeworpen en het bestaan aangeklaagd.
God aangeklaagd.
Waarom God?
Waarom?
Wat heb ik misdaan?
Ik heb er niet voor gekozen om hier te zijn..
Ik heb er niet voor gekozen om in zonde te vallen..
Ik ben in deze zondige wereld geboren en heb mijn eerste zonden in kinderlijke onschuld gedaan.
Hoe kan ik schuldig zijn?
Hoe kunt U mij die zonde aanrekenen?
Ik heb geen eerlijke kans gehad..... maar word wel met de dood gestraft....
In wat voor vreselijk dilemma plaatst U mij.
U bracht mij op deze wereld en laat me in Uw schepping de belofte van een hemels koninkrijk zien,
maar ik leef tussen angst en verlangen, tussen licht en duister, tussen hemel en hel.
En toch bent U bij mij Heer.
Ik weet het.
Ik schreeuw om hulp en zie dat kruis.
Ik zie dat kruis, mijn daden, mijn gevallen staat.
Ik zie mijn gebroken en gesluierde engelen, mijn duivels en demonen.
Ik zie mijn tranen en onmacht.
Ik zie mijn verlaten kind met geschaafde knieën.
Ik zie de afdruk van mijn vlees en bloed.
Het kruis kleurt rood.
En ik sta hier en kijk naar U, mijn God.
U die mijn kruis draagt.
Mijn kruis,
mijn leed,
het was Uw leed...
Ik wil U helpen, maar ik kan niet, ik mag niet.
Soldaten als engelen houden mij tegen.
U moet het dragen, omdat U het wilt,
voor mij.
U zet mij vrij.
En in al mijn klagen,
in al mijn verzet,
schaam ik mij om mijn vragen.
En U kijkt me aan en ik zie Uw ogen.
En in Uw ogen zie ik Uw hart.
De weg van liefde is voor mij open gegaan.
De dorens en splinters worden uit mijn pijn getrokken,
als ik verder ga op de weg en hamers op nagels hoor slaan.
Vader vergeef me, ik wist niet wat ik deed.
Mijn God, mijn God, U hebt mij niet verlaten.
Mijn God, mijn God, U hebt het zelf volbracht....
Vrijdag 02 Oktober 2009 - 17:55 Gedichten: Gods licht
Gods licht
Ik zie een licht
Als ik mijn ogen sluit
Diep in mijn slaap
Als ik droom
Mijn droom
Mijn rust
Mijn veiligheid
Mijn uitdaging
Mijn avontuur
Mijn vlucht
Mijn angst
Mijn liefde
Gods liefde
Als ik dit licht zie
Dan wandel ik
Dan adem ik
Dan snuif ik
Dan roep ik
Dan zing ik
Dan spring ik
Hoger
En hoger
Tot ik hang
Hang in lucht
En zweef
En vlieg
Ik vlieg
Als ik vlieg in dit licht
Ben ik koning
Ja de koning die ik ben
Waar over gesproken wordt
Is dat niet die koning
Zo gelukkig
Zo vrij
Zo licht
Beschermd door de Allerhoogste
Zelfs wanneer hij valt
Ja dat is die koning
Is hij rijk
Ja deze koning is rijk
Want hij is niet alleen
Hij deelt zijn hart
Dat is zijn rijkdom
Dat is zijn welvaart
Dat is zijn genezing
Daarom geeft hij wat hij heeft
En wat hij geeft heeft hij gekregen
Heeft hij veel
Nee hij heeft niet veel
Maar wat hij heeft is genoeg
Overvloedig
Overstromend
Hij stroomt over om de oever te voeden
Hij geeft om nooit vast te houden
Verleid dit kind niet
Maak dit kind niet ziek
Roof zijn hart niet leeg
Verwijder hem niet van zijn bron
Laat God niet van hem wijken....
Mijn God
U die zo groot bent
En zo klein werd
Om de grootste
Door de kleinste
Te overtuigen
Van Uw grootheid
Dank U dat ik koning mag zijn
Als kind
In Uw liefde
In Uw licht
Harrie Nijhof
Donderdag 09 April 2009 - 19:58 Gedichten: Echt het zijn er 100
Echt het zijn er honderd
Het kind is gemaakt van honderd
het kind heeft honderd talen
honderd handen
honderd gedachten
honderd manieren van denken
om te spelen en te spreken
honderd
steeds honderd manieren om te luisteren
om te verbazen om lief te hebben
honderd vreugden om te zingen en te begrijpen
honderd werelden om te ontdekken
honderd werelden om uit te vinden om te verzinnen
honderd werelden om te dromen
het kind heeft honderd talen
maar negenennegentig ervan zijn hem ontstolen
de school en de cultuur scheiden het hoofd van de romp
ze zeggen het kind
te denken zonder handen
te gaan te doen te maken zonder hoofd
te luisteren en niet te praten
te begrijpen zonder vreugde
lief te hebben zonder zich te verbazen
alleen met Kerstmis en met Pasen
ze zeggen aan het kind
de wereld te ontdekken die er reeds is
en van de honderd zijn er hem negenennegentig ontstolen
zij zeggen hem
dat het spel en het werk
de realiteit en de fantasie
de wetenschap en de verbeelding
de hemel en de aarde
de rede en de droom
dingen zijn die niet samengaan
kortom
zij zeggen hem dat die honderd er niet zijn.
Het kind zegt daarentegen
echt het zijn er honderd.
Loris Malaguzzi